| Jaartallen |
Vorst |
GEBOREN - GESTORVEN |
Huis |
Bijzonderheden |
| 862-1154: Grootvorstendom van Kiev |
| 862-879 |
Grootvorst Roerik |
? - 879 |
Roerikiden |
Hij was noormannenleider en stichter van de eerste Russische staat
in Novgorod; zijn afstammelingen regeerden tot eind 16e eeuw over
een deel van Rusland, eerst vanuit Kiev, daarna vanuit Moskou |
| 879-912 |
Grootvorst Oleg |
? - 912 |
Roerikiden |
Hij werd in 879 regent; hij veroverde in 882 Kiev en maakte deze
stad tot residentie; hij viel in 907 het Byzantijnse Rijk aan; hij
werd teruggeslagen, maar sloot een voordelige vrede |
| 912-945 |
Grootvorst Igor |
877 - 945 |
Roerikiden |
Zoon van Roerik; hij deed een poging om Byzantium te bezetten,
maar zijn vloot werd vernietigd; in 903 huwde hij met Olga; hij werd
vermoord door de Derevliërs |
| [945-963] |
Grootvorstin Olga |
ca. 890 - 969 |
Roerikiden |
Weduwe van Igor; zij regeerde als regentes voor haar zoon SviatoslavI;
zij wreekte de dood van haar man door de meeste van de Derevliërs
om te brengen; zij bekeerde zich te Constantinopel tot het Christendom
(als eerste Russische vorst); zij nam de naam Helena aan en probeerde
na haar terugkeer Rusland te kerstenen; door de Russisch-Orthodoxe
kerk is zij heilig verklaard |
| 945-972 |
Grootvorst SviatoslavI Igorjevitsj |
? - 972 |
Roerikiden |
Zoon van Igor; hij verwierp het Christendom van zijn moeder; hij
was een krijgshaftig vorst en streed tegen verschillende stammen;
hij vernietigde het rijk der Chazaren; in 969 verplaatste hij de hoofdstad
naar Pereyaslavets; hij werd in 971 verslagen door keizer JohannesI
Tzimiskes van Byzantium; hij sneuvelde in zijn strijd tegen de Petsjenegen;
hij verdeelde zijn rijk tussen zijn zoons Jaropolk, Oleg, en de onwettige
Vladimir |
| 972-980 |
Grootvorst Jaropolk |
? - ? |
Roerikiden |
Zoon van SviatoslavI; hij kreeg van zijn vader Kiev; in 976 begon
een strijd tussen hem en zijn broers; hij verjoeg in 977 zijn onwettige
broer Vladimir naar Scandinavië en nam diens vorstendom Novgorod in;
Vladimir keerde in 978 terug met een leger en heroverde Novgorod in
979; Vladimir doodde vorst Ragnvald van Polotsk en huwde zijn dochter
Ragnilda, die verloofd was met Jaropolk; Jaropolk vlood toen Vladimir
Kiev belegerde, en werd gedood nadat hij zich overgaf |
| 980-1015 |
Grootvorst VladimirI Sviatoslavitsj deGrote [ook: deHeilige] |
956 - 1015 |
Roerikiden |
Onwettige zoon van SviatoslavI; vorst van Novgorod (vanaf 970);
hij versloeg zijn broer Jaropolk en werd grootvorst van Kiev (vanaf
980); hij bezat toen al zijn vaders gebieden; hij vocht in Galicia
in 981, tegen de Yatvingiërs aan de Baltische kust in 983, tegen de
Bulgars in 985 en tegen het Byzantijnse Rijk in de Krim in 987; in
988 dong hij naar de hand van Anna, zuster van keizer BasilII van
Byzantium; op diens aandringen werd Vladimir gedoopt in Kherson; hij
huwde Anna en gaf zijn andere vrouwen op; hij vernietigde heidense
monumenten and stichtte vele kerken; zijn zoon Jaroslav (vorst van
Novgorod, geboren uit een eerder huwelijk) rebelleerde tegen hem;
Vladimir bereidde een aanval voor, maar overleed voordat deze was
begonnen; hij werd door de Russisch-orthodoxe kerk heilig verklaard
(zijn feestdag is 15juli) |
| 1015-1019 |
Grootvorst Sviatopolk |
? - ? |
Roerikiden |
Oudste zoon van VladimirI of Kiev; na zijn vaders dood brak een
strijd uit tussen hem en zijn broers; hij was aanvankelijk aan de
winnende hand, maar werd uiteindelijk verslagen door zijn jongere
broer Jaroslav; hij werd berucht in de Russische geschiedenis doordat
hij zijn twee jongere broers Boris en Gleb vermoordde (dezen werden
door de Russisch-orthodoxe kerk heilig verklaard) |
| 1019-1054 |
Grootvorst Jaroslav deWijze |
978 - 1054 |
Roerikiden |
Derde zoon van VladimirI (en van Ragnilda of Polotsk); hij was
vorst van Novgorod; hij overwon in 1019 zijn oudste broer, die twee
andere broers had laten vermoorden, en werd zo tevens grootvorst van
Kiev; hij huwde Anna (Ingigard, dochter van koning Olof Skötkonung
van Zweden); hij regelde de rechtspraak (onder hem kwam het wetboek
Pravda Roesskaja tot stond), hij stichtte kloosters en liet kerken
en kathedralen bouwen; zijn regeringsperiode was een bloeiperiode
voor Kiev; tijdens zijn regering kreeg de patriarch van Constantinopel
het recht om de Russische aartsbisschop te benoemen (tot de 15e eeuw);
zijn dochter Anna huwde in 1051 met koning HendrikI van Frankrijk
en was moeder van koning FilipsI van Franrijk; hij verdeelde zijn
rijk onder zijn zonen: Izhaslav kreeg Kiev, Sviatoslav kreeg Chernigov
en Vsevolod kreeg Pereiaslavl, Rostov-Suzdal en het stroomgebied van
de Wolga |
| 1054-1073 |
Grootvorst Izhaslav |
1019 - 1078 |
Roerikiden |
Oudste zoon van Jaroslav en Ingegard van Zweden; zijn oudste zoon
Jaropolk werd vermoord |
| 1073-1076 |
Grootvorst Sviatoslav |
? - ? |
Roerikiden |
Zoon van Iaroslav |
| 1076-1093 |
Grootvorst VsevolodI |
1030 - 1093 |
Roerikiden |
Zoon van Jaroslav; zijn dochter Eupraxia huwde met keizer HendrikIII
van Duitsland; voorts had hij twee zonen: Vladimir Monomachus, die
Tchernigov kreeg, en Rostislav, die Pereiaslavl kreeg |
| 1093-1113 |
Grootvorst Sviatopolk |
? - ? |
Roerikiden |
Tweede zoon van Izhaslav; hij nam de ambassadeurs van Polovtsi
gevangen; de Russen werden verslagen in de slag van Tripole 23.05.1093;
Rostislav verdronk, Sviatopolk en Vladimir Monomakh vloden; in 1094
verliep een andere campagne tegen Polovtsi rampzalig; Sviatopolk keerde
naar Kiev terug met slechts twee metgezellen; hij bereikte vrede door
de dochter van khan. Oleg van Polovtsi te huwen; in 1097 werd in Lubetz
(Tchernigov) een verdeling van gebied afgesproken: Sviatopolk:
Kiev en Turov; Vladimir: Pereiaslavl, Smolensk en Rostov; Mstislav
(zoon Sviatopolk): Novgorod; Oleg, David en Jaroslav: Tchernigov (een
groot deel van Rusland); Volodar en Vassilko (zonen van Rostislav):
Peremishl en Terebovl; David (zoon van Igor): Vladimir in Volhinia;
Vseslav: Polotsk; in 1099 nam Sviatopolk Davids rijk in; er volgde
een strijd met de zonen van Rostislav; hij verbond zich daarop met
koning Koloman van Hongarije; David verbond de zonen van Rostislav
met khan Buiak van Polovtsi; dezen versloegen Sviatopolk; in 1100
werd in Uvetitchi (Kiev) opnieuw een verdeling van gebied afgesproken:
enige steden in Volhinia voor David, de rest voor Jaroslav (zoon van
Sviatopolk); de zoons van Rostislav behielden hun gebied; de leiding
over de Russische vorsten ging naar Monomach, die een vrouw uit Polovtsi
huwde; in 1111 werd een veldtocht tegen Polovtsi ondernomen; Sviatopolk
stierf |
| 1113-1125 |
Grootvorst VladimirII Vsevolodovitsj Monomachus |
1053 - 1125 |
Roerikiden |
Zoon van Jaroslav; na de dood van Sviatopolk behoorde de troon
toe aan Oleg (zoon van Sviatoslav, neef van Monomach, die zoon van
Vsevolod was); het volk van Kiev wilde echter geen ander dan Monomach,
zodat deze de troon aanvaardde; deze zette de strijd tegen Polovtsi
voort; tevens streed hij tegen de Finnen en de Polen; in de Nestor-Kroniek
is onder het jaar 1096 een tekst van zijn hand opgenomen, die bestaat
uit De leerrede van Vladimir Monomach, een brief aan vorst Oleg en
een gebed; de leerrede bestaat uit drie delen: een reeks religieus-moralistische
vermaningen aan zijn zoon; een opsomming van de wereldlijke taken
van een vorst en regels voor zijn gedrag; een beschrijving van Vladimirs
veldtochten en jachtavonturen |
| 1125-1132 |
Grootvorst Mstislav |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1132-1139 |
Grootvorst Jaropolk |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1139-1146 |
Grootvorst Vsevolod |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1146-1154 |
Grootvorst Izhaslav |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1154-1328: Groothertogdom van Vladimir |
| 1154-1157 |
Groothertog JoeriI [ook: GeorgeI] Dolgoroeki |
1090 - 1157 |
Roerikiden |
Ook: George met de lange hand; een weinig geliefde vorst; hij kreeg
het vorstendom Soezdal toegewezen; hij stichtte in 1147 Moskou; in
1154 veroverde hij Kiev; deelvorsten wilden in 1157 een opmars naar
Kiev maken, maar toen stierf hij |
| 1157-1175 |
Groothertog Andrej Bogoliubski |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1175-1212 |
Groothertog Ysevolod |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1212-1218 |
Groothertog Konstantin |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1218-1238 |
Groothertog JoeriII [ook: GeorgeII] |
? - ? |
Roerikiden |
Van 1236-1239 werd Rusland veroverd door de Mongolen |
| 1238-1246 |
Groothertog JaroslavII |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1246-1253 |
Groothertog Andrej |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1253-1263 |
Groothertog Alexander Nevksij |
1220 - 1263 |
Roerikiden |
Grootvorst van Vladimir en Novgorod; hij versloeg in 1240 de Zweden
bij de Neva en in 1242 de Duitse Orde op het Peipusmeer; tegenover
de Tataarse overmacht onderwierp hij zich om erger te voorkomen; hij
wist zodoende een verlaging van de schatting te verkrijgen; hij werd
door de Russisch-Orthodoxe kerk heilig verklaard |
| 1263-1272 |
Groothertog Taroslav vanTver |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1272-1276 |
Groothertog Vasilii [ook: Basilius] |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1276-1293 |
Groothertog Dmitri |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1293-1304 |
Groothertog Andrej |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1304-1318 |
Groothertog Michael vanTver |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1318-1326 |
Groothertog Iroei Danilovitsj vanMoskou |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1326-1328 |
Groothertog Alexander vanTver |
? - ? |
Roerikiden |
- |
| 1328-1552: Groothertogdom van Moskou |
| 1328-1340 |
Groothertog IvanI Danilovitsj (bijnaam: Kalita ofwel Geldzak) |
1301 - 1341 |
Roerikiden |
Vorst van Moskou; grootvorst van Moskovië; hij legde de grondslag
voor de Moskouse hegemonie over Rusland; hij versterkte zijn macht
en verzamelde grote rijkdom door met de Gouden Horde (Mongoolse soldaten)
samen te werken; hij maakte in 1326 Moskou tot hoofdstad van Rusland |
| 1340-1353 |
Groothertog Simeon deTrotse |
? - ? |
Roerikiden |
In 1348 verkreeg Pskov onafhankelijkheid van Novgorod; in hetzelfde
jaar krijgde koning MagnusII van Zweden tegen Novgorod |
| 1353-1359 |
Groothertog IvanII de Bescheidene |
1326 - 1359 |
Roerikiden |
Zoon van IvanI; grootvorst van Moskovië; hij liet de regering over
aan de metropoliet Alexis |
| 1359-1389 |
Groothertog Dmitri Ivanovitsj Donskoi |
? - ? |
Roerikiden |
Grootvorst van Moskovië; hij versloeg in 1380 in de slag bij Kulikovo
de Tataren van de Gouden Horde en versterkte het Kremlin met stenen
muren |
| 1389-1425 |
Groothertog VasiliI |
1371 - 1425 |
Roerikiden |
Hij breidde in 1392 zijn rijk uit met het vorstendom Nisjnji Novgorod |
| 1425-1462 |
Groothertog VasiliII deDuistere |
1415 - 1462 |
Roerikiden |
Zoon van VasiliI; hij was een zwakke figuur |
| 1462-1505 |
Tsaar IvanIII Vasiljevitsj deGrote |
1440 - 1505 |
Roerikiden |
Grootvorst van Moskovië; hij versterkte het rijk aanzienlijk en
maakte het in 1480 onafhankelijk van de Tataren; hij streed tegen
de Litouwers en de Mongolen; hij huwde in 1473 Zoë (Sophia), nicht
van de laatste Byzantijnse keizer, wat anti-westerse gevoelens in
de Russische samenleving versterkte; hij nam de tweehoofdige adelaar
over als machtssymbool, alsmede de titel tsaar (aangezien hij zich
als erfgenaam van het Byzantijnse keizerrijk beschouwde) |
| 1505-1533 |
Groothertog VasiliIII |
1479 - 1533 |
Roerikiden |
Grootvorst van Moskovië; hij veroverde Pshov en ontnam Litouwen
Smolensk en Severië |
| 1533-1552 |
Groothertog IvanIV Vasiljevitsj de Verschrikkelijke |
1530 - 1584 |
Roerikiden |
Zoon van VasiliIII; aanvankelijk stond hij onder regentschap van
zijn moeder en een doema (raad van bojaren); hij riep zichzelf in
1547 uit tot tsaar aller Russen; hij was de eerste vorst die deze
titel geregeld en officieel gebruikte; hij veroverde in 1552 het khanaat
van Kazan en in 1556 het khanaat van Astrakan; in 1560 veroverde hij
de Baltische gewesten op de Duitse Orde; hij ondernam aanvankelijk
hervormingen, maar werd later despoot; hij liet onder meer bojarengeslachten
afslachten; hij verwoestte in 1570 Novgorod; hij verloor in 1582 de
Baltische gewesten weer; hij was voorstander van nauwe samenwerking
met Engeland; dankzij de koopmansfamilie Stroganov werd de invloed
in Siberië sterk uitgebreid; Ivans opritsjniki (hofdienaren) voerden
een ware terreur uit |
| 1552-1917: Tsarenrijk aller Russen |
| 1552-1584 |
Tsaar IvanIV Vasiljevitsj de Verschrikkelijke |
1530 - 1584 |
Roerikiden |
[Zie hiervoor] |
| 1584-1598 |
Tsaar FjodorI Ivanovitsj |
1557 - 1598 |
Roerikiden |
Zoon van IvanIV; hij was de laatste uit de dynastie van de Moskovische
Roerikiden; hij was zwakbegaafd en stond onder regentschap van zijn
zwager Boris Godoenov, die hem opvolgde |
| 1598-1605 |
Tsaar Boris Fjodorovitsj |
1550 - 1605 |
Godoenov |
Zwager van FjodorI; hij zou in 1591de tienjarige kroonprins Demetrius
(Dmitri Ivanovitsj (1582–1591); zoon van IvanIV) hebben vermoord,
waardoor hij later tot tsaar kon worden verkozen; hij was alleenheerser;
hij vestigde in Siberië nederzettingen; hij verhief de metropoliet
van Moskou tot patriarch en stichtte zo het patriarchaat van Moskou;
hij breidde de macht van de ambtenaren uit ten koste van die van de
bojaren; hij vergiftigde zich na de overval door de eerste valse Demetrius |
| 1605 |
Tsaar FjodorII Borisovitsj |
1589 - 1605 |
Godoenov |
Zoon van Boris Godoenov; hij was slechts twee maanden tsaar; hij
werd vermoord door de eerste valse Demetrius |
| 1605-1606 |
Tsaar DmitriI deBedrieger |
? - ? |
‘Roerikiden’ |
Hij dook op in Polen rond 1600; hij beweerde Dmitri (broer van
FjodorI te zijn) en verwierf de steun van Litouwse en Poolse edelen
en uiteindelijk van koning ZygmuntIII van Polen; hij viel Rusland
in 1604 binnen en werd in 1605 gekroond tot tsaar; zijn voorkeur voor
Polen en zijn huwelijk met de Poolse edele Marina Mniszech leidde
tot verzet van de bojaren, geleid door vorst Vasili Sjoeïski; in Moskou
ontstond een opstand, en Dmitri werd gedood |
| 1606-1610 |
Tsaar VasiliIV |
1552 - 1612 |
Sjoeïski |
Hij behoorde tot de bojaren; hij hielp mee aan de uitschakeling
van de eerste valse Demetrius (DmitriI) en werd toen zelf tsaar; hij
riep in 1610 Zweedse hulp in tegen de tweede valse Demetrius; hij
werd ten gevolge van een opstand ten val gebracht |
| [1607-1610] |
Tsaar DmitriII |
? - ? |
‘Roerikiden’ |
In 1607 verscheen de tweede valse Demetrius, geholpen door de Polen
nadat Marina Mniszech hem had geïdentificeerd als haar echtgenoot;
hij marcheerde naar Moskou en had enig succes, maar in 1610 werd hij
gedood (in 1612 werd een man die beweerde zijn zoon te zijn, gewurgd;
een ander, die hetzelfde beweerde, werd in 1613 onthoofd) |
| 1610-1612 |
Tsaar Ladislaus |
? - ? |
Vasa |
Zoon van koning ZygmuntIII van Polen (die tevens koning Sigismund
van Zweden was); deze nam in 1610 Moskou in; de troon werd hem geweigerd,
omdat hij Rooms-katholiek was, en aan zijn zoon gegeven; in 1612 werden
Ladislaus en de Polen door een leger onder leiding van vorst Pozharski
het land uitgezet, waarna Michael Romanov tot tsaar werd gekozen |
| 1613-1645 |
Tsaar Michael Fjodorovitsj |
1596 - 1645 |
Romanov |
Michael Romanov werd tot tsaar gekozen door de Zemskii Sobor (de
Nationale Raad); hij was de eerste heerser uit de dynastie Romanov;
de eerste decennia van zijn regering werden beheerst door zijn vader,
patriarch Filaret; hij onderdrukte een aantal boerenopstanden; hij
voerde oorlog tegen de Zweden en de Polen |
| 1645-1676 |
Tsaar Alexej Michailovitsj |
1629 - 1676 |
Romanov |
Met moeite onderdrukte hij de opstand van Stenka Razin (leider
van een bende voortvluchtige kozakken), maar hij kon (in 1660) de
scheuring in de Russisch-Orthodoxe Kerk (Raskolniki) niet voorkomen;
de oorlog met Polen (1654-1667) leverde hem Smolensk en de Oekraïne
op |
| 1676-1682 |
Tsaar FjodorIII Alexejevitsj |
1661 - 1682 |
Romanov |
Zoon van Alexej; hij was een kinderloze halfbroer van de toekomstige
PeterI; hij wijdde zich aan kunst en studie en liet gunstelingen regeren |
| 1682-1689 |
Tsaar IvanV Alexejevitsj |
1666 - 1696 |
Romanov |
Zoon van Alexej; hij was eveneens een halfbroer van de toekomstige
PeterI; hij was lichamelijk zwak en geestelijk onvolwaardig; hij liet
de regering over aan zijn zuster Sofia; hij stond in 1689 zijn rechten
op de troon af aan zijn halfbroer PeterI |
| 1682-1725 |
Tsaar PeterI Alexejevitsj deGrote |
09.06.1672 - 08.02.1725 |
Romanov |
Zoon van Alexej; hij veroverde in 1696 Azov in oorlog met de Turken;
hij verbleef in Holland (onder meer in Het Czaar Peterhuisje te Zaandam)
en in Engeland om zich te bekwamen in de scheepsbouwkunde; hij probeerde
zijn land een westers karakter te geven: hij legde de adel dienstplicht
op, omringde zich met westerse adviseurs en hervormde het bestuur;
hij maakte grote veroveringen (onder meer een toegang tot de Oostzee)
in de Noordse Oorlog (1700-1721); hij stichtte in 1703 de nieuwe Russische
hoofdstad Sint-Petersburg; hij breidde het rijk uit met onder meer
Estland en Letland; hij huwde in 1712 de latere keizerin CatharinaI;
hij sloot in 1721 de Vrede van Nystad; hij liet zijn oudste zoon Alexej
wegens tegenstand folteren, waarna deze overleed |
| 1725-1727 |
Tsarina CatharinaI |
1684 - 1727 |
Romanov |
Geboren in Pruisen als boerendochter; minnares (sinds 1712: echtgenote)
van PeterI, die haar in 1724 tot keizerin kroonde; na diens dood werd
zij zijn opvolgster dankzij vorst Alexander Mensjikov |
| 1727-1730 |
Tsaar PeterII |
1715 - 1730 |
Romanov |
Kleinzoon van PeterI; hij stond onder regentschap van Mensjikov
en Dolgoroeki (1728) |
| 1730-1740 |
Tsarina Anna
Ivanova |
1693 - 1740 |
Romanov |
Dochter van IvanV; zij liet Ernst Johann Biron regeren |
| 1740-1741 |
Tsaar IvanVI Antonovitsj |
1740 - 1764 |
Romanov |
Hij regeerde onder regentschap van Anna Leopoldovna (1718-1746);
hij werd afgezet door Elisabeth (dochter van PeterI) en gevangengezet;
in 1764 werd hij vermoord bij een bevrijdingspoging |
| 1741-1762 |
Tsarina Elisabeth
Petrovna |
29.12.1709 - 05.01.1762 |
Romanov |
Dochter van PeterI; zij bleef ongehuwd; zowel in de Oostenrijkse
Successieoorlog als in de Zevenjarige Oorlog was zij bondgenote van
Oostenrijk; zij oogstte succes in de Zevenjarige Oorlog tegen Pruisen |
| 1762 |
Tsaar PeterIII Fjodorovitsj |
1728 - 1762 |
Romanov |
Zoon van Anna (dochter van PeterI) en hertog Karl Friedrich von
Holstein-Gottorp; hij was een bewonderaar en medestander in de Zevenjarige
Oorlog van Pruisen; hij sloot vrede met FrederikII, waardoor Rusland
uit de Zevenjarige Oorlog terugtrad; hij werd vermoord door de broeders
Orlov |
| 1762-1796 |
Tsarina CatharinaII deGrote |
02.05.1729 - 17.11.1796 |
Romanov |
Oorspronkelijk heette zij prinses Sophie Auguste von Anhalt-Zerbst;
in 1745 huwde zij met PeterIII; na diens val, waarin zij de hand had,
werd zij keizerin; zij liet zich in het algemeen niet door haar minnaars
beheersen; zij breidde de lijfeigenschap uit; ze was een draagster
van de Verlichting; buitenlandse successen waren de Poolse delingen
en twee Turkse oorlogen , waarin zij de noordkusten van de Zwarte
Zee en de Krim in bezit nam |
| 1796-1801 |
Tsaar Paul Petrovitsj |
1754 - 1801 |
Romanov |
Zoon van PeterIII en CatharinaII; hij streed aanvankelijk tegen
Frankrijk, maar verbond zich later met keizer NapoleonI van Frankrijk;
hij werd vermoord door de adel; zijn dochter Anna Paulowna (1795-1865)
huwde met koning WillemII van Nederland |
| 1801-1825 |
Tsaar AlexanderI
Pavlovitsj |
23.12.1777 - 01.12.1825 |
Romanov |
Oudste zoon van Paul; hij was hervormingsgezind, maar niet krachtig;
hij streed ongelukkig tegen keizer NapoleonI van Frankrijk, maar sloot
in juli 1807 de vrede van Tilsit, waardoor Rusland bondgenoot werd
van Frankrijk en de handen vrij kreeg in Oost-Europa (verovering van
Finland en Bessarabië); hij was Frankrijks bondgenoot van 1807 tot
1812; hij ontnam in 1809 Finland van Zweden; in 1812 raakte hij opnieuw
in conflict met keizer NapoleonI van Frankrijk (tocht naar Rusland);
hij kreeg in 1815 toestemming van het Weens Congres om Polen in te
lijven; hij ontwierp de Heilige Alliantie |
| 1825-1855 |
Tsaar NicolaasI Pavlovitsj |
06.07.1796 - 02.03.1855 |
Romanov |
Derde zoon van Paul; hij volgde zijn oudste broer op omdat zijn
(oudere) broer Constantijn in verband met zijn morganatische huwelijk
niet kon opvolgen; hij onderdrukte de opstand der Dekabristen; hij
was zeer conservatief en had een grote voorliefde voor dril; hij hielp
in 1830-1831 de Poolse opstand neerslaan, waarna hij Polen inlijfde;
hij hielp eveneens de Hongaarse opstand van 1848-1849 neerslaan; hij
behaalde in de buitenlandse politiek successen, onder meer op Perzië
(1826-1828) en Turkije (1828-1829); hij was na de Europese revolutie
van 1848 de machtigste exponent van het legitimiteitsbeginsel; hij
stierf onder onduidelijke omstandigheden tijdens de Krimoorlog (1853-1856) |
| 1855-1881 |
Tsaar AlexanderII Nikolajevitsj |
29.04.1818 - 13.03.1881 |
Romanov |
Zoon van NicolaasI; hij beëindigde de Krimoorlog (1856); hij onderwierp
de Kaukasus (1859); hij hief de lijfeigenschap op (1861); hij dempte
de Poolse opstand (1863); hij onderwierp een groot deel van Toerkestan;
hij werd in 1866 het slachtoffer van een mislukte aanslag; hij sloot
in 1873 het Driekeizersverdrag met Duitsland en Oostenrijk; in1881
werd hij alsnog vermoord door een anarchistische aanslag |
| 1881-1894 |
Tsaar
AlexanderIII Alexandrovitsj |
1845 - 1894 |
Romanov |
Zoon van AlexanderII; hij was gehuwd met prinses Dagmar van Denemarken
(dochter van koning ChristiaanIX van Denemarken); hij was bekrompen
en behoudend; hij beëindigde met politiegeweld de anarchistische terreur;
hij russificeerde de Poolse en Baltische landen en tornde aan de Finse
zelfstandigheid; hij zocht toenadering tot Frankrijk |
| 1894-1917 |
Tsaar NicolaasII Alexandrovitsj |
1868 - 16.07.1918 |
Romanov |
Zoon van AlexanderIII; hij zette diens autocratische bewind voort;
hij huwde met prinses Alice van Hessen (in Rusland geheten: Alexandra
Fjodorovna); hij liet zich door haar leiden, terwijl zij op haar beurt
onder invloed stond van de monnik Grigori Raspoetin; hij riep op tot
de internationale vredesconferentie van Den Haag van 1899; hij leed
een nederlaag in de Russisch-Japanse Oorlog (1904-1905); de revolutie
van 1905 dwong hem een grondwet te aanvaarden die een einde maakte
aan het despotisme van de tsaren; de ontreddering na de Eerste Wereldoorlog
leidde tot de Russische Revolutie (maart 1917); hij trad op 15.03.1917
af ten gunste van zijn broer Michaïl, die echter van opvolging afzag;
Nicolaas werd geïnterneerd; vervolgens, op 16.07.1918, werd hij in
Jekaterinenburg (Sverdlovsk) met zijn gehele familie door de bolsjewieken
wreed vermoord; op 14.08.2000 werd hij met zijn gezin door de Russisch-Orthodoxe
kerk heilig verklaard |
| 1917-1991: Unie van Socialistische Sovjet-Republieken
(USSR) |
| 1917-1922 |
Partijleider Lenin [eigenlijk: Vladimir Iljitsj Oeljanov] |
22.04.1870 - 21.01.1924 |
- |
In 1895 werd hij met enkele andere activisten in Sint-Petersburg
opgepakt en twee jaar later naar Siberië verbannen; na zijn vrijlating
in 1900 vertrok hij naar West-Europa, waar hij in Londen, München
en Genève woonde; als een van de oprichters en redacteuren van het
tijdschrift Iskra nam hij de schuilnaam Lenin aan; in 1912 richtte
hij in Praag de partij van de bolsjewieken op; na de Februarirevolutie
van 1917slaagde hij erin met hulp van de Duitsers, die ter verzwakking
en demoralisering van de tegenstander de Russische revolutionairen
daartoe de gelegenheid boden, naar Rusland terug te keren; het politieke
onvermogen van de voorlopige regering versterkte de positie van de
bolsjewieken; na de mislukte Juli-opstand overreedde hij in oktober
1917 zijn medewerkers tot het uitroepen van een Otoberrevolutie; hierna
werd hij voorzitter van de Raad van Volkscommissarissen (= ministers);
hij bediende zich van massaterreur en intimidatie door geheime politie;
zijn Nieuwe Economische Politiek (NEP) in 1921 was een stap terug
van de radicale lijn; vanaf maart 1923 was hij verlamd; na zijn dood
ontstond er rond zijn persoon een gigantische persoonsverering |
| 1922-1953 |
Partijleider Josef Stalin [eigenlijk Jozef Vissarionovitsj Dzjoegasvili] |
21.12.1879 - 05.03.1953 |
- |
Hij ontpopte zich als absoluut dictator; de door hem bevolen deportaties,
gedwongen collectivisaties en zuiveringen eisten miljoenen slachtoffers;
in zijn streven de veiligheid van de Sovjet-Unie te vergroten, richtte
hij zich op territoriale expansie en uitbreiding van de invloedssfeer
van de Sovjet-Unie; hij eiste al aan het begin van de Tweede Wereldoorlog
om die reden de verloren gegane gebieden Oost-Finland, de Baltische
staten, Oost-Polen, Bessarabië en Noord-Boekovina op; in de loop van
de oorlog ontwikkelde hij een plan voor een ring van satellietstaten
in Oost-Europa; tussen 1945 en 1948 wist hij deze te scheppen met
de landen Bulgarije, Roemenië, Hongarije, Polen en Tsjecho-Slowakije;
in 1949 kwam daar de DDR bij; deze landen werden economisch, politiek
en militair geheel afhankelijk van de Sovjet-Unie |
| 1953 |
Partijleider Georgi Maksimilianovitsj Malenkov |
13.01.1902 - 14.01.1988 |
- |
Hij sloot zich in 1918 aan bij het Rode Leger en werd lid van de
communistische partij; hij begon een loopbaan binnen de sovjetbureaucratie;
vanaf 1938 was hij privé-secretaris van Stalin; hij werd na de Duitse
inval opgenomen in de Nationale Verdedigingsraad; in 1946 volgde zijn
benoeming tot lid van het Politburo; na Stalins dood leek hij als
leider van partij en regering in diens voetsporen te treden; na enkele
dagen moest hij echter het partijleiderschap overdragen aan Chroesjtsjov;
deze dwong hem in 1955 ook zijn functie van premier op te geven en
onthief hem in 1957 van alle functies in partij en regering |
| 1953-1964 |
Partijleider Nikita Sergejevitsj Chroesjtsjov |
17.04.1894 - 11.09.1971 |
- |
Hij begon zijn loopbaan als mijnwerker maar werkte zich op tot
bestuurder; hij heeft na de dood van Stalin de grondslag gelegd voor
de aanpassing van de Sovjet-Unie aan de eisen van de tweede helft
van de 20e eeuw; binnenslands deed hij dat door een krachtige
destalinisatie, op het internationale vlak door zijn politiek van
vreedzame coëxistentie met ideologisch anders georiënteerde landen;
politiek is zijn naam direct verbonden met het onderdrukken van de
Hongaarse opstand (1956), de Cubaanse crisis (1962), de toenadering
tot Joegoslavië en de desintegratie van het Oostblok |
| 1964-1982 |
Partijleider Leonid Iljitsj Brezjnjev |
19.12.1906 - 10.11.1982 |
- |
Hij stelde zich aan het hoofd van een meerderheid in het Presidium
van de Opperste Sovjet, die Chroesjtsjov in oktober 1964 tot aftreden
dwong; het eenmansbewind van Chroesjtsjov werd vervangen door dat
van een driemanschap, waarmee een wankel evenwicht werd bereikt tussen
de verschillende stromingen binnen het Centrale Comité; het collectief
leiderschap werd langzaam door Brezjnjev uitgehold, hoewel de militairen
nog veel macht hadden; dit leidde waarschijnlijk tot de inval in Tsjecho-Slowakije
na de Praagse Lente (1968); hij ontwikkelde de stelling - de Brezjnjev-doctrine
- dat de Sovjet-Unie het recht heeft tot militair ingrijpen (ook zonder
nadrukkelijk verzoek) in de communistische broederlanden als daar
het communistische stelsel in gevaar wordt gebracht; in 1979 volgde
de inval in Afghanistan |
| 1982-1984 |
Partijleider Joeri Vladimirovitsj Andropov |
15.06.1914 - 02.02.1984 |
- |
Hij werd in 1973 opgenomen in het Politburo en volgde in 1982 Brezjnjev
op als partijleider; hij werd in 1983 tevens president |
| 1984-1985 |
Partijleider Konstantin Oestinovitsj Tsjernenko |
24.11.1911 - 10.03.1985 |
- |
Toen Brezjnjev in 1982 overleed, werd Tsjernenko gepasseerd door
Andropov, maar diens overlijden bracht hem alsnog aan de macht als
partijleider en president; door zijn zwakke gezondheid kon hij in
die functies weinig uitrichten |
| 1985-1991 |
Partijleider Michail Sergejevitsj Gorbatsjov |
02.03.1931 - |
- |
In 1985 werd hij relatief jong secretaris-generaal van de communistische
partij; belangrijk was zijn politiek van glasnost en perestrojka;
hij kondigde al snel hervormingen van de Sovjetsamenleving om de economie
op te bouwen; hij bestreed hoge defensieuitgaven en de corruptie;
door de glasnost te bevorderen schiep hij onbedoeld een spreekbuis
voor etnische minderheden in de Sovjet-Unie; door middel van de perestrojka
hoopte hij de economie te verbeteren; elementen van een vrije-markteconomie
werden ingevoerd; eind 1990 werd hij steeds meer in beslag genomen
door etnische problemen; in de Baltische Staten, Georgië en Azerbajdzjan
werden demonstraties bloedig onderdrukt; de binnenlandse onlusten
gaven politici zoals Jeltsin de mogelijkheid geliefd onder het volk
te worden; nadat Jeltsin tot president was gekozen van de deelrepubliek
Rusland, trok deze steeds meer macht naar zich toe en verklaarde hij
de deelrepubliek autonoom; toen in augustus 1991 een couppoging van
de communisten door Jeltsin kon worden voorkomen, was de politieke
rol van Gorbatsjov uitgespeeld; de Sovjet-Unie was uiteen gevallen;
internationaal genoot hij echter aanzien door terugtrekking van de
troepen uit Afghanistan, tegemoetkomendheid in de wapenbeheersing
en het opgeven van de invloedssfeer in Oost-Europa; op 25.12.1991
trad hij af als president van de Sovjet-Unie; vlak daarna werd de
Sovjet-Unie formeel opgeheven |
| 1991-heden: Russische Federatie (Rusland) |
| 1991-1999 |
President Boris Nikolajevitsj Jeltsin |
01.02.1931 - |
- |
In mei 1990 werd hij gekozen tot president van de deelrepubliek
Rusland; hij verschilde sterk van mening met Gorbatsjov over de door
te voeren hervormingen; nadat de rol van Gorbatsjov was uitgespeeld,
trok Jeltsin steeds meer macht naar zich toe (hij werd zowel president
als premier) en kon hij per decreet de geplande economische hervormingen
doorvoeren; hij kampte met regionale problemen (het bijeenhouden van
de federatie ondanks het streven naar onafhankelijkheid van verschillende
republieken) en een grote economische crisis; in 1993 onderdrukte
hij hardhandig een opstand van communistische en nationalistische
parlementsleden (onder leiding van Chasboelatov en Roetsjkoj), waarna
hij voorgoed leek af te rekenen met het communistische verleden door
een reeks communistische organisaties en bestuursorganen op te heffen,
de oppositionele kranten (zoals de Pravda) te verbieden en de erewacht
bij het Leninmausoleum te laten verdwijnen; nadien werd getwijfeld
aan zijn democratische opvattingen; in 1995 verdween hij enige tijd
uit het openbare leven wegens ernstige hartklachten; in juli 1996
behaalde hij een ruime overwinning bij de verkiezingen; daarna begon
zijn gezondheid achteruit te gaan; hierdoor moest hij een groot deel
van zijn macht afstaan aan de premier; op 31.12.1999 trad hij af |
| 2000-heden |
President Vladimir Vladimirovitsj Poetin |
07.10.1952 - |
- |
Hij begon carrière bij de KGB; van 1985-1990 werkte hij in Dresden;
begin jaren '90 werd hij raadgever en plaatsvervanger van de burgermeester
van Sint-Peterburg; in 1998 werd hij directeur van de FSB, de opvolger
van de KGB; in 1999 werd hij door Jeltsin tot premier benoemd; na
Jeltsins aftreden werd Poetin eerst waarnemend president, vervolgens,
bij de presidentsverkiezingen van maart 2000, officieel president;
op 16.03.2004 werd hij herkozen |